17/10/2022
Twee weken geleden was er drieMAAL iets wat er daarvoor nog niet was, in een theaterzaal aan de Zaan.
Iets waarvan wij ook nog niet wisten wat het precies ging zijn, totdat we daar waren. Met publiek dat het ook aandurfde, een stoel van de buren leende en zichzelf en die stoel aanschoof bij één van de tafels. Achteraf wist je dat het de tafel van Elizabeth, Anton, Sophie, Lliudmyla, Nathalia en met de stem van Anja zou zijn.
We waren stil, zo leek het. Stil, met een stadsgenoot in je oren. Dat was voor ons even wennen, zo’n stille theaterzaal. Maar toen we goed keken, was het niet echt stil. Hoorden we Elizabeth met haar huisarts giechelen om haar eigen woorden. Glimlachte iemand dankjewel toen Anton de koffiepot op tafel zette. Hoorde je het zachte geritsel van de parachute van Sophie. Was er gestommel omdat er een draadje van een koptelefoon losging, en de buurman die hem weer inplugde. Er resoneerde van alles, met die stem in je oren.
Na drieMAAL een verhaal, bleef je zitten met de nieuwsgierigheid naar de vierde. Alle losse tafels in de ruimte werden er één. Het tafelkleed dwarrelde met 16 handen eraan door de lucht en landde op het tafelblad. “Schuif aan!”, zei moeder-overste Nathalia, en proef deze Oekraïense Borscht.
We schoven aan. En we spraken elkaar. Er was genoeg om te delen. De bar werd naar binnen gereden. En veel later dan we van tevoren durfden te hopen bleven we zitten en praatten over de stad. Over onszelf, over ons thuis voelen en thuis zijn.
En over dat wat verder ter tafel kwam.
Wat als de stad je huis is,
de straten je gang,
de muren van de huizen als schilderijen, of foto’s die je liefhebt,
de markt je keuken.
We zochten naar waar we terecht konden.
En we kwamen aan een lange tafel aan de Zaan, in de theaterzaal van Het Motorblok
Met jullie.
Als een eetkamer van de stad.
Het voelde als thuiskomen,
misschien is thuis soms een plek, soms een gesprek.