20/03/2020
De St. Martinuskerk in Weert is een laat-gotische hallenkerk, zoals ook de St. Michaëlskerk in Zwolle. Er bestaat een bron die vermeld dat er reeds in 1056 een kerk in Weert was. De eerste bouwfase van het huidige kerkgebouw werd in 1456 voltooid. Dan verrijst namelijk het nog bestaande koor in gotische stijl. Na de bouw van dit koor blijft de oude kerk in gebruik. Of de oude kerk in verbinding stond met het nieuwe deel is niet bekend. Het oude schip verdwijnt rond 1500 om plaats te maken voor het huidige driebeukige schip dat de vorm kreeg van een gotische hallenkerk. Deze wordt in 1512 opnieuw in gebruik genomen. Waarschijnlijk is na die wijding het gebouw nog afgewerkt. Met de bouw van de toren in Kempense gotiek wordt gestart in 1528. Eind zestiende eeuw komt de bouw tot stilstand, vermoedelijk door geldgebrek maar helemaal zeker is dat niet. Het is immers niet altijd gebrek aan geld wat de middeleeuwse bouwmeesters er toe brengt om bij het bereiken van een bepaalde hoogte de bouw te staken. Ook zij houden terdege rekening met de omgeving en met de proporties van het kerkgebouw waarvan de toren slechts een onderdeel vormt. Evenzeer als tegenwoordig geldt ook in de middeleeuwen dat een toren eerst en vooral een interessante en fraaie silhouetwerking dient te geven aan het stadsbeeld waarbij de hoogte nauwelijks een rol speelt.
In 1568 wordt Filips van Montmorency, de Graaf van Horne, er begraven nadat hij op last van de Spaanse landvoogd Alva samen met zijn trouwe vriend graaf Lamoraal van Egmont in Brussel is onthoofd. Daarna is het ruim 300 jaar relatief stil rondom Weert en de Sint-Martinuskerk. In 1662 schenkt Jan van der Croon nog wel een barok hekwerk voor het 15e-eeuwse doopvont in de kerk en in 1790 wordt ook het barokke hoogaltaar van Kerrics verplaatst naar het koor van de noordelijke beuk en vervangen door een Neoklassiek hoogaltaar van de gebroeders Moretti en Spinelli.
Tijdens de restauratie in de periode(1974-1980 van de Sint Martinuskerk te Weert zijn laat-Middeleeuwse plafondschilderingen ontdekt, die lange tijd aan het oog onttrokken waren door een extra laag stucwerk. In 2002 was de mate van vervuiling inmiddels dermate ernstig geworden, dat een schoonmaak noodzakelijk leek. Na 1979 is vastgesteld dat het plafond zienderogen meer en meer vervuilde. Omdat soortgelijke Middeleeuwse schilderingen op het plafond in de torenruimte niet zichtbaar vervuilden, lag de conclusie voor de hand, dat factoren in de kerkruimte zelf voor de vervuiling van het plafond verantwoordelijk moesten zijn.
hier zijn een aantal foto's die ik in 2009 in de St. Martinuskerk heb gemaakt en dan met name van de gewelfschilderingen. In mijn studieperiode heb ik ooit een referaat over deze gewelfschilderingen (relatie middeleeuwse kunst en symboliek en middeleeuwse dichtkunst) geschreven en dat was enkele jaren later voor Prof. dr. Winkelman van de UvA aanleiding om met een groep studenten enkele keren de kerk te bezoeken en er ook nog iets over te schrijven. In 2010 heb ik Prof. Winkelman uitgenodigd om nog eens naar Weert te komen voor een lezing. Deze lezing vond plaats i.s.m. De Aldenborgh.