27/03/2026
Deel 17 Paspoort
Paspoort
Goedemorgen, bom dia, guten Tag, tu dret… wie geht’s?
Dat zijn de eerste woorden die je leert in een andere taal.
Elkaar het beste wensen smelt elk ijs. En nu ik probeer hier in te burgeren en Portugees te leren, geef ik ineens les in Nederlands en Duits.
Wat begon met: “mag ik even een les bijwonen?”
liep uit op een Facebookadvertentie en een eigen groepje Kaapverdianen met een lief in Nederland, met de hoop op een beter leven.
Vrienden, werk, de luxe om te genieten… dat kan toch pas wanneer je de taal spreekt?Of je mag pas komen wanneer je de taal en de regels verstaat.
Of je ze begrijpt… is nog een ander verhaal.
Toen ik op mijn veertiende met mijn ouders naar Nederland verhuisde, was het het land waar alles mocht — hippie en high life.
Hier speelde mijn Sturm und Drang-tijd.
In een stad waar menig Nederlander niet dood gevonden wilde worden, had ik een fantastische jeugd. De taal was in dit Limburgse toneel niet van belang. De grenzen liepen hier toch dwars door dorpen, en het enige verschil tussen de jongeren was of je ’s avonds naar disco Femina ging, of in de Shangri-La de nacht doordanste..... met aansluitend ontbijt.
Toen ik tien jaar later naar Zeeland verhuisde, veranderde dat helemaal.
Hier woedde het oorlogstrauma nog in iedere inwoner. Jong of oud wist: Duitsers moeten we hier niet meer hebben.
Terwijl mijn ouders, die hier al twintig jaar op vakantie kwamen, ongestoord genoten en vooral ook blij waren dat de oorlog voorbij was.
Maar hier wonen… dat was iets anders.
Pas toen mijn dochtertje ziek werd, brak de taalremming bij mij door. Het was van levensbelang om mijn zegje te kunnen doen.
Ik besloot de taal goed te leren en volgde de avond-mavo voor Nederlands, gevolgd door de avond-havo, met alle twintig boeken van de leeslijst en alle d’tjes en t’tjes.
En ik werd verliefd op de Nederlandse roman — zo direct, zo eerlijk en zonder poespas.
De middeleeuwse verhalen waren ook een bijzondere ontdekking. De taal werd Diets genoemd, wat volgens mijn zeer gewaardeerde lerares niets met Duits te maken had.
Ik kon wel alles feilloos begrijpen en vertaalde de teksten voor mijn klasgenoten.
Uiteindelijk had de Nederlandse taal geen geheimen meer voor mij en praatte ik vrolijk overal mee.
Alleen wanneer ik, na jaren in Zeeland te wonen, mensen tegenkwam die met een triomfantelijke blik riepen: “Ik hoor het! Je bent niet van hier!”
— en er dan geruststellend aan toevoegden:
“Maar dat is helemaal niet erg. Mijn tandarts is ook Duits.”
Dan voelde ik me weer een vreemdeling.
Jij hoort hier niet.
Dat stak.
Ik consulteerde een logopediste om mijn accent af te leren. Dat leverde bij haar enige vrolijkheid op; ze vergeleek mij met hier niet nader te noemen koninklijke figuren, wat het probleem al iets verzachtte.
Met opnames, analyse van mijn stem en oefeningen om klankverschillen bewust te gebruiken, kwam ik tot de conclusie dat ik vooral blij en trots kon zijn dat ik zo mijn best had gedaan.
En sindsdien heeft nooit meer iemand gezegd dat ik een Duits accent heb.
Misschien voelden ze: het kan haar toch niet schelen.
En nu… een nieuw begin.
Een heel andere cultuur. Met inmiddels twee paspoorten en een green card in aanvraag zegt niemand hier:
“Ik hoor het al, je bent niet van hier.”
Mijn bos grijze haren valt hier wel op, en iedereen ziet meteen dat ik van ergens anders kom.
Maar in tegenstelling tot toen, raken ze hier in verrukking wanneer ik een paar woorden Creools zeg, en word ik spontaan omarmd om me welkom te heten.
Voor de lessen Nederlands en Duits vertaal ik van tevoren alles in het Portugees, en zitten we met z’n allen in een klas van elkaar te leren.
En de Nederlandse G-klank, die me zoveel overwinning heeft gekost om zonder schaamte uit te spreken, achtervolgt me nu weer. De Portugese taal heeft een soortgelijke klank in de H, en die is er maar moeilijk uit te branden.
“Hij heeft” wordt hier vanzelf: “g(h)ij g(h)eeft!” Wel mooi eigenlijk.
Maar ik wil dat ze goed leren. en dat zij straks in Nederland kunnen genieten van hun verwachtingen zonder dat iedreen zegt ….hee ik hoor het al, je bent niet van hier.
Maar hoe dan ook zullen ze ook wel ontdekken hoe waardevol hun eigen heimat is.