De strooom

De strooom Indrukken in beeld en woord

Deel 17 PaspoortPaspoortGoedemorgen, bom dia, guten Tag, tu dret… wie geht’s?Dat zijn de eerste woorden die je leert in ...
27/03/2026

Deel 17 Paspoort

Paspoort
Goedemorgen, bom dia, guten Tag, tu dret… wie geht’s?
Dat zijn de eerste woorden die je leert in een andere taal.
Elkaar het beste wensen smelt elk ijs. En nu ik probeer hier in te burgeren en Portugees te leren, geef ik ineens les in Nederlands en Duits.
Wat begon met: “mag ik even een les bijwonen?”
liep uit op een Facebookadvertentie en een eigen groepje Kaapverdianen met een lief in Nederland, met de hoop op een beter leven.
Vrienden, werk, de luxe om te genieten… dat kan toch pas wanneer je de taal spreekt?Of je mag pas komen wanneer je de taal en de regels verstaat.
Of je ze begrijpt… is nog een ander verhaal.
Toen ik op mijn veertiende met mijn ouders naar Nederland verhuisde, was het het land waar alles mocht — hippie en high life.
Hier speelde mijn Sturm und Drang-tijd.
In een stad waar menig Nederlander niet dood gevonden wilde worden, had ik een fantastische jeugd. De taal was in dit Limburgse toneel niet van belang. De grenzen liepen hier toch dwars door dorpen, en het enige verschil tussen de jongeren was of je ’s avonds naar disco Femina ging, of in de Shangri-La de nacht doordanste..... met aansluitend ontbijt.
Toen ik tien jaar later naar Zeeland verhuisde, veranderde dat helemaal.
Hier woedde het oorlogstrauma nog in iedere inwoner. Jong of oud wist: Duitsers moeten we hier niet meer hebben.
Terwijl mijn ouders, die hier al twintig jaar op vakantie kwamen, ongestoord genoten en vooral ook blij waren dat de oorlog voorbij was.
Maar hier wonen… dat was iets anders.
Pas toen mijn dochtertje ziek werd, brak de taalremming bij mij door. Het was van levensbelang om mijn zegje te kunnen doen.
Ik besloot de taal goed te leren en volgde de avond-mavo voor Nederlands, gevolgd door de avond-havo, met alle twintig boeken van de leeslijst en alle d’tjes en t’tjes.
En ik werd verliefd op de Nederlandse roman — zo direct, zo eerlijk en zonder poespas.
De middeleeuwse verhalen waren ook een bijzondere ontdekking. De taal werd Diets genoemd, wat volgens mijn zeer gewaardeerde lerares niets met Duits te maken had.
Ik kon wel alles feilloos begrijpen en vertaalde de teksten voor mijn klasgenoten.
Uiteindelijk had de Nederlandse taal geen geheimen meer voor mij en praatte ik vrolijk overal mee.
Alleen wanneer ik, na jaren in Zeeland te wonen, mensen tegenkwam die met een triomfantelijke blik riepen: “Ik hoor het! Je bent niet van hier!”
— en er dan geruststellend aan toevoegden:
“Maar dat is helemaal niet erg. Mijn tandarts is ook Duits.”
Dan voelde ik me weer een vreemdeling.
Jij hoort hier niet.
Dat stak.
Ik consulteerde een logopediste om mijn accent af te leren. Dat leverde bij haar enige vrolijkheid op; ze vergeleek mij met hier niet nader te noemen koninklijke figuren, wat het probleem al iets verzachtte.
Met opnames, analyse van mijn stem en oefeningen om klankverschillen bewust te gebruiken, kwam ik tot de conclusie dat ik vooral blij en trots kon zijn dat ik zo mijn best had gedaan.
En sindsdien heeft nooit meer iemand gezegd dat ik een Duits accent heb.
Misschien voelden ze: het kan haar toch niet schelen.
En nu… een nieuw begin.
Een heel andere cultuur. Met inmiddels twee paspoorten en een green card in aanvraag zegt niemand hier:
“Ik hoor het al, je bent niet van hier.”
Mijn bos grijze haren valt hier wel op, en iedereen ziet meteen dat ik van ergens anders kom.
Maar in tegenstelling tot toen, raken ze hier in verrukking wanneer ik een paar woorden Creools zeg, en word ik spontaan omarmd om me welkom te heten.
Voor de lessen Nederlands en Duits vertaal ik van tevoren alles in het Portugees, en zitten we met z’n allen in een klas van elkaar te leren.
En de Nederlandse G-klank, die me zoveel overwinning heeft gekost om zonder schaamte uit te spreken, achtervolgt me nu weer. De Portugese taal heeft een soortgelijke klank in de H, en die is er maar moeilijk uit te branden.
“Hij heeft” wordt hier vanzelf: “g(h)ij g(h)eeft!” Wel mooi eigenlijk.
Maar ik wil dat ze goed leren. en dat zij straks in Nederland kunnen genieten van hun verwachtingen zonder dat iedreen zegt ….hee ik hoor het al, je bent niet van hier.
Maar hoe dan ook zullen ze ook wel ontdekken hoe waardevol hun eigen heimat is.

Deel 15 De hond bij de Poort’s Avonds begint het koor van honden.Eerst eentje, dan twee, en voor je het weet blaft het h...
19/03/2026

Deel 15 De hond bij de Poort

’s Avonds begint het koor van honden.
Eerst eentje, dan twee, en voor je het weet blaft het hele eiland.
Ze klinken als mensen die hun mening kwijt moeten maar geen woorden hebben.
Soms denk ik dat ze zeggen wat hun baas niet durft.
Er is er één die bij ons hoort.Tenminste, dat vindt hij zelf.
Hij ligt voor de tuinpoort, in de schaduw van de neemboom
en schuift langzaam met de zon mee.
Als het te heet wordt, verdwijnt hij onder de veranda,
en af en toe probeert hij, met onschuldig gezicht,
de deur op een kier te vinden.Hij doet alsof hij toevallig binnenloopt.
Niemand weet van wie hij is.Iedereen in de buurt zorgt een beetje voor hem.
Een restje rijst, een bakje water, een aai als hij zin heeft.
Hij is van niemand, maar iedereen is van hem.
Er is ook een mevrouw die elke ochtend het plein oversteekt
met twee trotse windhonden, lang en elegant alsof ze op een catwalk lopen.
Ze blijft dan net lang genoeg staan tot alle honden in de buurt
zich collectief in woede en verbijstering verliezen.
Zij glimlacht vriendelijk en wacht tot uit elk huis
iemand naar buiten komt om te kijken wat er aan de hand is.
Dan wandelt ze verder,alsof ze het dagelijks sociaal experiment heeft afgerond.
Een keer gingen we twee dagen weg.We hadden de poort op slot gedaan,
niet wetend dat onze hond nog onder de struiken lag.
Toen we terugkwamen, lag hij er nog steeds.
Hij had gehuild, geblaft, gebeden.
Andere buren hadden hem brokken over de muur gegooid,
die hij, uit pure schaamte of trots, onder de droge aarde had proberen te begraven.
Het was een treurig, stoffig slagveld geworden.
Toen hij ons zag, draaide hij zijn kop weg, alsof hij zeggen wilde:
“Laat maar, ik heb het al opgegeven.”
Soms denk ik dat hij hier ooit heeft geleefd.
Dat hij nog iets bewaakt wat wij niet kennen…..maar ondertussen wel hebben gehoord dat het de hond van de vorige bewoonster is, terwijl zij ons verzekerde dat zij niet wist van wie hij is. Ze had de overburen gevraagd om hem in de gaten te houden en hem zomaar buiten achtergelaten.
Van huishond in een klap naar straathond en rare mensen in zijn huis die hem niet meer binnen laten. Zo kan de wereld van een ziel in een oogwenk veranderen, alles wat normaal is kan ineens vreemd en onbegrijpelijk zijn.
Misschien is zinj manier wel de slimste om daarmee om te gaan. Buiten als zijn vrijheid zien, en genieten van de koele zandkuilen maar geduldig afwachten wat er aan lekkers uit onze keuken komt en af en toe 5 min stil houden voor een fijne kroel achter zijn oor.

deel 14 van UITZICHTIk ga naar strand en ik neem meeHet besluit stond vast: vandaag gingen we naar het mooiste strand va...
01/11/2025

deel 14 van UITZICHT
Ik ga naar strand en ik neem mee

Het besluit stond vast: vandaag gingen we naar het mooiste strand van het eiland, Baía das Gatas, waar elk jaar ook het grote muziekfestival plaatsvindt.
De zon stond al hoog, de lucht was strakblauw en de weg erheen tussen berg en ruige zee maakte het een spannende tocht.
De eilanders waren ons allang voor.
Ze kwamen niet naar het strand, ze verhuisden erheen.
Complete families, van wieg tot oma, verschenen met bolderkarren, tenten, plastic stoelen, kookstellen, radio’s, koelboxen en eindeloze hoeveelheden eten.
Iedereen installeerde zich alsof dit hun tijdelijke koninkrijk was.
Overal rook het naar houtskool, zonnecrème en goed humeur.
Een vrolijke kakofonie van stemmen, geroep, sissende bbqs en denderende muziek uit draagbare boxjes – een Kaapverdisch Hyde Park speakers corner, waar iedereen tegelijk zijn menig vertolkt zo hard mogelijk .....en het leek alsof niemand echt luisterde en toch begreep.
Ik liep het water in, de lichte branding zacht als zijde,
en liet me langzaam drijven tot mijn oren onder water verdwenen.
Plotseling was alles stil.
Alleen het trage zuchte van mijn adem en het diepe ritme van de zee.
De wereld boven me werd een vage film van licht en beweging.
Ik dacht aan Masaru Emoto, de man die beweerde dat water gevoelens kon lezen en patronen kon vormen van liefde of haat.
Wat zou hij hier hebben gezien?
Miljoenen moleculen, geladen met muziek, gelach, stemmen van generaties.
Een vloeibaar geheugen van leven zelf.
Dan, heel zacht, drong er iets nieuws door de stilte.
Eerst een trilling, dan het verre geroep van stemmen dat door het water heenbrak.
Ik kwam overeind en veegde het zout uit mijn ogen.
Aan de overkant van de baai stond een groep mensen te wijzen en te roepen.
Het geluid groeide, golfde, brak open in lachsalvo’s.
Een barbecue, nog rokend, was van zijn plek geraakt en dreef nu statig de zee in. Langzaam, met een trots die alleen objecten zonder zelfbewustzijn hebben, gleed het metalen gevaarte weg, als een klein eiland van geur, vuur en rook.
Een man sprong erachteraan, nog in zijn zwembroek, zwaaiend met een spatel.
De rest joelde, klapte, juichte – alsof de zee een nieuwe deelnemer aan het festival had verwelkomd.
Misschien, dacht ik, eisten de goden van de zee hun deel op.
Hier, waar de vissen leven die zó goed smaken dat hun naam op de tong blijft hangen, waar iedere maaltijd een eerbetoon is aan wat zwemt en wat sterft,
moet ook het water zelf weleens honger krijgen.
En dus nam het, met één trage golf, de barbecue terug in zijn diepte.
Of is het de zon die mijn gedachten al zo heeft verwarmd
dat ze, samen met het glaasje wijn, mijn fantasie hebben bevleugeld?
Ik keek toe, half drijvend, en dacht:
Misschien zoekt alles wat leeft dezelfde nabijheid,
de plek waar spanning oplost,
waar vuur en water elkaar vinden
en zelfs het staal tot leven komt.

deel 13 van UITZICHT   Normale mensenAls er van al deze verhalen één de titel UITZICHT verdient, dan is het dit wel. Het...
25/10/2025

deel 13 van UITZICHT
Normale mensen

Als er van al deze verhalen één de titel UITZICHT verdient, dan is het dit wel. Het uitzicht is werkelijk onbeschrijflijk mooi....
en de inzichten bijna niet in woorden te vatten.

In de tijd dat we op de container wachtten, hebben we in verschillende appartementen en hotels overnacht. Mooie kans om het eiland beter te leren kennen en in een fijn bed te slapen. Soms heel eenvoudig, met een slaapkamer zonder raam, maar ook wel eens super de luxe, met een bed zo hoog dat ik bijna een krukje moest nemen om erin te klauteren.
Dit was er zo een.
Een Kaapverdische Rotterdammer, met een glimlach die smolt in de tropenzon, had een bijzondere kans voor ons.
Hij mocht het appartement van zijn vriend met grote uitzondering verhuren ....maar alleen aan normale mensen.
En hij was er zo van overtuigd dat we dat waren, dat we er ook nog eens een fikse korting bij kregen.
Was het de korting, of het gevoel uitverkoren te zijn?

We gingen in elk geval kijken.
En het was zó mooi smaakvol en comfortabel ingericht, dat we op het balkon wisten: wat hebben we toch een geluk.
Het uitzicht was oogverblindend, en de stilte zalig.
Ook met korting nog een rib uit ons lijf, maar we konden geen nee meer zeggen.

We zaten de hele avond op het balkon, genoten van de zonsondergang met de oranje spiegeling in de zee waar nog de laatste zwemmers in fel turkoois water dobberden.
En dan zonken we tevreden in de hemels zachte, toch stevig dure bedden.

’s Morgens hoorden we gerommel en getimmer boven ons.
Op navraag hoorden we dat de bovenbuurman nog iets aan zijn vloer moest repareren.
Maar de volgende ochtend werden we wakker van het geluid van een slijptol die onze dromen oorverdovend opensneed.
Sloopgeluiden, wolken van stof door het wapperend linnen gordijn, en de stank van cement.
Toen de do**he en wastafel ook nog een magere straal gaven, dacht Emile:
“Ik ga wel even op het dak kijken – waarschijnlijk staat de waterpomp niet aan.”
Iets wat we uit ons eigen huis hadden geleerd.

De schrik was groot toen hij zag dat de bovenbuurman niet aan zijn vloer werkte, maar dat het hele appartement nog in volledige bouwfase was.
Dan krijgt “normaal mens” toch een andere betekenis.
Ik wist niet meer zeker of ik tot die categorie eigenlijk wel wilde behoren.
Ik voelde verdriet.
Hopelijk is dit niet de normale vriendelijkheid hier.
Hopelijk is het niet wat ze morabeza noemen – gastvrijheid.
Iemand die ons superaardig om de tuin heeft geleid.

Ach, we proberen ons er een beetje overheen te troosten.
We zijn hier tenslotte niet twee weken op vakantie.
We werken overdag in ons huis en hopen dat de bouwers ’s avonds óók op tijd ophouden.

Laat ik dan maar genieten van de huishoudelijke snufjes die ik na jaren onderweg zijn heb gemist.
Ik ga een cake bakken.
Naast de ingebouwde espressomachine is er ook een gloednieuwe oven met twee knoppen en zonder tekst of uitleg.
Even draaien en er begint een digitaal getal te knipperen.
Toch maar even in de handleiding duiken: er moet een piep klinken.
Zeker heel zacht, want ik hoor niets.
Waarom wil ik eigenlijk weten wanneer de temperatuur bereikt is?
Ga ik niet af op geur en gevoel?
Ik geef me over.
En ja hoor .....hij begint te rijzen.
Een beetje scheef, maar het wordt een cake.
Nu nog de slagroom, als een wolkje tussen hemel en bord,
op een balkon met onvergetelijk uitzicht.

deel 12 van UITZICHT Hart in de tramOnderweg op je levensweg heb je een goede motor nodig om vooruit te komen, te lavere...
19/10/2025

deel 12 van UITZICHT
Hart in de tram
Onderweg op je levensweg heb je een goede motor nodig om vooruit te komen, te laveren tussen bergen en dalen — en ook belangrijk: een goede bestuurder, een die weet waar hij heen wil.
Maar soms lijkt het alsof de regie wordt overgenomen, sputtert de motor tegen en kom je onder druk te staan.
We zijn weer even in Portugal.
Tussendoor, zoals dat heet.
Het huis nog niet klaar, maar onderweg om het schip klaar te maken voor een lange tocht over de oceaan naar Mindelo.
Tussen plannen dus, en tussen ademhalingen.
De dagen in Olhão zijn vriendelijk en rustig, oude liefde bloeit op voor dit mooie stadje…
maar mijn bloeddruk is verre van rustig.
Hij schiet omhoog alsof hij iets wil zeggen dat ik nog niet wil horen.
Misschien heeft hij het moeilijk met de spanning — niet alleen van het lichaam, maar ook van de zeiltocht waar ik steeds meer tegenop zie.
Het lijkt heel logisch en makkelijk te verklaren, maar ik besluit toch om niet alleen op onze kruidenmedicijn te vertrouwen.
De huisarts luistert, schrijft iets op.
Een recept, een advies, een herhaling van zinnen die al zo vaak uitgesproken zijn.
Beter toch een controle… je weet maar nooit.
De cardioloog volgt — vriendelijk maar afwezig, alsof hij ergens achter een glazen wand zit.
Ik hoor mijn hart in het apparaatje kloppen, hoor zijn tikken, zijn logica, en het voelt stevig en gezond.
De motor is er nog, heel en gewillig; hij heeft er zin in.
Tweede stap: in de apotheek krijg ik een bloeddrukmeter mee.
Een klein, slim monstertje dat alles wil meten — tot op de seconde, tot op de millimeter kwik.
De jonge vrouw demonstreert hoe het moet: band om de arm, apparaatje in een klein tasje, en oei… er ontbreekt iets.
“Tja, we hebben niet de goede band,” zegt ze. “Hang het maar met deze om je nek en laat het bungelen met twee vingers afstand van je lijf.”
Waar haalt ze dat vandaan?
En ja… even twee dagen niet do**hen, zegt ze.
Terwijl, zoals later blijkt, in de handleiding van het apparaatje staat dat je tussen de uurlijkse metingen gewoon mag do**hen — zonder het kleine monster.
Ze lacht beleefd, maar met dat glimlachje dat zegt: ach mevrouw, u begrijpt het nog niet. Ik lach mee. Het is tenslotte goed bedoeld.
Die nacht droom ik — verbaasd dat ik überhaupt kon slapen met de angst dat ik mezelf zou wurgen door een woeste draai.
Ik zit in een tram.
Niet zomaar een, maar eentje die eindeloos lijkt door te rijden, zonder begin of bestemming.
De wagon is vol met bekenden — niet uit mijn leven, maar uit de laatste dagen.
De huisarts, de cardioloog, de apotheekmeisjes, zelfs de klanten die achter mij stonden.
Allemaal knikken ze streng, ritmisch, als passagiers van de redelijkheid.
Niemand praat, maar iedereen weet precies wat hoort.
De tram rijdt hard door, onafwendbaar, als een bloeddruk die stijgt.
Ik kijk naar buiten en zie een licht in een winkel — niet te geloven: een Mercedes-showroom. Daar moet ik eruit!
Waarom ik dat zo nodig moest, kan ik alleen maar raden… mooie herinneringen aan de tijd dat we met onze Mercedes Sprinter-camper onderweg waren.
Een onbezorgde, gelukkige tijd, zonder druk en angst voor golven en stormen.

Ik zoek de knop om te stoppen, kan hem niet vinden.
Ik roep: “Ik moet eruit!”
Maar de tram stopt niet.
In paniek word ik wakker; de bloeddrukmeter knijpt zo hard in mijn arm, en ik weet alleen: ik moet eruit.
Toen we die dag eindelijk beseften dat de grote oversteek eigenlijk niet zo verstandig is — en dat we veel plezier kunnen hebben aan ons schip als het ook tegelijk een verblijfplaats kan zijn in Europa, halverwege de kinderen, in ons geliefde stadje — besloot ik om even mijn eigen weg te gaan.
Alleen naar Mindelo te vliegen, om weer tot mezelf te komen, en ook Emile de tijd te geven om met zijn geliefde schip eindelijk weer eens de zeilen te hijsen en alles uit te proberen wat hij in urenlang hard werken gerepareerd heeft.
De vlucht is nog maar net geboekt of er komt een bericht van de vliegmaatschappij: de route is veranderd, en ik moet in Praia overstappen — met maar een half uurtje tijd. Heb ik net mijn weg weer in de routeplanner van mijn hart getypt…
Protest helpt niet: overstap in Praia.
Het moet gewoon zo.
Ik stel een ander plan voor, vriendelijk maar beslist, en krijg een automatisch antwoord: niet mogelijk.
De toon klinkt bekend. Alsof de tram nog steeds rijdt.
Twee dagen later breng ik het apparaat terug naar de apotheek.
Ik houd mijn hart vast, want ik wil toch wel kwijt dat het niet goed ging.
De beduusdheid van het moment van uitleg, de zorg over hoe het zal gaan, de intimiderende vriendelijkheid van de dames — ik schudde het van me af en vertelde rustig, maar zeker van mijn zaak, dat het niet klopte zoals het was gegaan.
Toen ging de telefoon: de airline had zich bedacht.
Ik mocht een andere datum kiezen voor mijn vlucht.
De lijn weer in mijn eigen handen.
Buiten, in de namiddagzon, hoor ik even het tritstrit van een tram in de verte.
Misschien was het maar verbeelding, of een echo van mijn droom.
Toch tik ik met mijn vingers even mee op het ritme.
Niet om te meten —
maar om te herinneren dat mijn hart nog steeds zelf rijdt.
Ook al blijken de waardes straks te hoog,
ik weet nu alvast dat ik weet waar ik heen wil.

Het volgende verhaal van UITZICHTDEEL 11 HIER EN DAAROnze wachttijd op de container gebruiken we om alvast zo veel mogel...
15/10/2025

Het volgende verhaal van UITZICHT
DEEL 11 HIER EN DAAR

Onze wachttijd op de container gebruiken we om alvast zo veel mogelijk in huis voor te bereiden.
Voor mijn schilderijen wil ik graag een soort richel op de grote muur in de woonkamer. We komen tot de conclusie dat het het mooist zou zijn als we die wit schilderen, net als de muur, zodat ze zelf weinig aandacht vragen. Daarom geen mahoniehout – veel te kostbaar.
“Doe maar gewoon waaibomenhout,” zei ik nog tegen Emile.
En hij ging op onderzoek.
Al snel kwamen we erachter dat je hier geen latjes of planken kunt kopen zoals in Europa. Je schaft gewoon een enorme balk aan, en laat die vervolgens in stukken zagen tot wat je nodig hebt.
Niet eenvoudig, maar avontuurlijk genoeg.
“Oh, u wilt vurenhout – madeira de abeto – dan moet u daarachter in de hoek zijn, misschien ligt er nog wat.”
En inderdaad: geluksvogels dat we zijn, er ligt nog één stevige balk, en voor 180 euro mag hij mee.
Wauw, die hadden we niet zien aankomen.
“Tja,” zegt de verkoper, “als je iets bijzonders wilt, dan kost dat wat.”
Maar wacht eens even – wat wij dachten, hoeft hier geen waarheid te zijn.
Om Scandinavisch hout op dit eiland te krijgen kost tijd, ruimte op een schip en invoerrechten. Logisch dus dat het duur is.
Mahonie dan maar.
Een grote balk, 4003,38 escudos.
Omgerekend zo’n veertig euro en drie cent.
Die drie cent – en dan nog eens achtendertig duizendste van een cent – blijken nergens in Emiles geldbuidel te vinden. Toch staat de verkoper erop: er moet precies betaald worden.
Na enig gezoek produceert Emile een muntje van tien cent. Maar dan ontstaat er een nieuw probleem: hij moet zeven cent terugkrijgen.
En daar voelt hij zijn Rotterdamse wortels: hij wil die zeven cent ook terug.
Drie kassalades gaan open, de zoektocht blijft vruchteloos. Uiteindelijk geven ze hem glimlachend, maar met een vleugje kiespijn, zijn tien cent terug.
Want wat niet in de lade ligt, kan ook hier niet uitgedeeld worden.
En dat terwijl de halve stad nog in het puin ligt, mensen hun muren weer recht proberen te krijgen en daken oplappen.
Boodschappen doen en inkopen voor het huis zijn hier nu eenmaal een uitdaging – of een les in geduld en Fingerspitzengefühl.
Dat voelden we duidelijk toen we bedachten dat een MIFI, een mobiele wifi, wel handig zou kunnen zijn.
Maar zodra we ernaar op zoek gaan, worden we van winkel naar winkel gestuurd.
Iedere keer klinkt hetzelfde opgeluchte koor:
“Neeee, die hebben wij niet!”
Alsof het een opluchting is om niets te hoeven pakken, niets te hoeven bewegen. En eerlijk gezegd: bij deze hitte en vochtigheid kan ik het ze nauwelijks kwalijk nemen.
Helemaal boven in een gebouw, met uitzicht op stapels tropische vruchten die ik niet eens allemaal herken, lijken twee winkels nog kans te bieden.
Maar nee: ook hier klinkt het afgemeten “Não tem!”
In de tweede winkel staat een vriendelijke, trendy Kaapverdische nerd – voetbalshirt, oorbellen – die ons bezweert dat de eerste winkel ze écht wel heeft.
“Maar jullie moeten niet meelopen,” waarschuwt hij ernstig, “anders vertellen ze het niet, want dan staan ze in hun hemd.”
We wachten.
Hij gaat.
Hij komt terug.
En ja hoor:
“Neeeeee, hebben ze toch echt niet.”
Dan maar de bananen induiken.
Onder een balie vinden we ook citroenen. Onbespoten, verzekert Emile mij,
want anders zou hier alles nooit zo snel bederven.

hier is het volgende verhaal van UITZICHT deel 10007 Lady‘s FireCabo Verde — een Afrikaans land met een goede reputatie,...
12/10/2025

hier is het volgende verhaal van UITZICHT deel 10

007 Lady‘s Fire
Cabo Verde — een Afrikaans land met een goede reputatie, zonder oorlogen en ver weg van alle brandhaarden. Zo geloofden we, en daar hadden we ook behoefte aan.
Tot de dag dat ik, met enige moeite, een bericht op internet kon ontcijferen en het vol ongeloof nog een keer hardop voorlas:
een schip met munitie en gevaarlijke raketten, onderweg naar Mindelo.
De Marianne Danica, een vrachtschip onder Deense vlag,
met achttien containers vol projectielen van 155 millimeter —
de soort die elders in de wereld rook en stilte achterlaat.
Ze was onderweg naar Israël, maar vroeg in Mindelo om brandstof.
Groot verdriet komt dan heel dichtbij.
Kan dat wel? Moeten we daarmee akkoord gaan?
Hoe ben je dan in het oorlogsgebeuren betrokken —
wanneer je meewerkt, of juist wanneer je weigert?
Ik vroeg me af wat ik zou doen als ík moest beslissen.
Eerst maar eens uitzoeken wat er precies gaande was.
Ik had advies nodig.
En toen belde Aren — een goede, oude vriend,
zo een die in elke fase van je leven weer eens opduikt, meestal op het juiste moment. Zo ook nu.
Hij was benieuwd hoe het met ons ging, en na het horen van mijn zorgen ging hij meteen aan de slag.
Er is geen internationale wet voor hem geheim, en hij kent de wereld alsof het zijn eigen dorp is.
Zou het mogelijk zijn om zo’n gevaarte te weigeren zonder politieke stellingname?
Hoe doen andere eilanden dat?
En inderdaad: hij vond een wet op Malta die dat handig aanpakte.
Zonder getreuzel maakte hij een wetsvoorstel dat precies bij Kaapverdië zou passen.
Ik ben maar een klein radertje,
maar ik vatte de moed om dit voorstel meteen te plaatsen in de commentaren bij het bericht.
Met een korte uitleg waarom ik me zorgen maakte.
Geen protest, geen pamflet — gewoon een voorstel,
een vraag aan het geweten.
Een tekst die begon voorzichtig als een druppel en als golf eindigde:
een oproep aan de regering om een wet op te stellen die alle militaire ladingen weert,
zodat de neutraliteit van de eilanden niet langer toeval is, maar keuze.
Het was onze beider stem — de stem van rede en van gevoel,
twee denkers die weigerden weg te kijken en brutaal genoeg waren om een wetsvoorstel aan de regering te richten.
De reactie was pure stilte.
Aren had nog ontdekt dat het schip al eerder in Mindelo was geweest
en dat het toen werd toegelaten omdat er geen sancties op lagen.
Dus veel hoop moest ik me maar niet maken.
Maar toen ik de post plaatste, voelde ik toch die zeldzame helderheid en vrede in mijn hart, met hoop op een wonder, die lijkt op bidden.
Een dag later kwam het bericht:
de Marianne Danica mocht niet bunkeren in Mindelo.
Er werd geen toespraak gehouden, geen verklaring uitgegeven,
maar in de straten hing een zachte, onuitgesproken trots.
De haven bleef kalm, het water glad.

En ergens in de verte voer het schip verder —
met een duivelse missie en maar weinig brandstof.
’s Avonds keek ik over de baai en dacht:
het zijn zulke momenten waarop geschiedenis zich niet aandient als groots gebaar,
maar als een korte adem van moed —
een weigering die voelt als een zegen.
Alsof de zee zelf zei: niet hier.
Soms is dat genoeg.
Soms is weigeren de mooiste vorm van ontvangen. Alsof er een meester tegen me zei, ja zo doe je dat: grenzen stellen. Ook al is het nog zo zo bizar en onwerkelijk, alles doen wat je kunt om een punt te maken waar het belangrijk is.
En of mijn reactie ergens een lichtje heeft doen branden,
weet ik natuurlijk nooit zeker.

Maar toen, dagen later, een bericht verscheen dat het schip geweigerd was
op grond van een bestaande wet —
een wet die veiligheidszorgen vanuit de bevolking erkent als legitieme reden om schepen te weigeren —
voelde ik me stiekem toch een kleine geheime agent.

Adres

Badhuisstraat 207
Vlissingen
4382AM

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer De strooom nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact

Stuur een bericht naar De strooom:

Delen