11/02/2022
Door bezuinigingen is de kunstrecensent er niet meer, is de kunstrubriek vervallen. Hoe bereik je dan je publiek? Gelukkig hebben we Facebook. Hier alsnog een gedeelte van mijn persbericht, de tentoonstelling is nog tot 20 februari in galerie Irok in Horst te bezoeken.
“De taal van het lichaam” was de kop van een krantenartikel uit 1991 van Nico Out.
Terugkijkend heeft Iris 30 jaar later het lichaam grotendeels losgelaten. In haar werk valt op dat het lichaam langzaamaan ontbreekt, je ziet steeds meer hoofden. Terwijl het lichaam in de beginperiode juist domineerde. Haar mensen, vooral vrouwen,
waren naakt, onafhankelijk, sterk en stoer, met grote voeten en een klein hoofd. Het lichaam sprak. Het hoofd kreeg met de jaren steeds meer detail, een gezicht.
In TABLEAU februari 2000 werd het werk “Zusjes” uit 1999 afgebeeld. Daarin zie je al een overgang. Het waren drie hoofden boven elkaar, waarvan twee, boven elkaar tussen twee
benen geklemd zaten. Het lijf moest je er maar bij bedenken.
De vrouw is een repeterend onderwerp maar zij verandert steeds. Minder als een wezen, minder mythisch dan in de beginperiode. Eerst is zij omgeven door dieren. Soms als een menselijk dier of het dier werd menselijk. Iris werkt niet meer vanuit het model. Het
lichaam van de vrouw verdwijnt zo meer en meer. Het hoofd blijft over. De man komt erbij.
De essentie die overblijft is; Liefde voor het leven, liefde voor elkaar, vergroeiing van mens en dier in liefdevolle harmonie.
Het kleurenpalet van Iris verandert door de jaren heen van sober grijs en wit naar primaire kleuren, pastelkleuren naar uiteindelijk een mix van al deze paletten.
Welkom, om getuigen te zijn van deze artistieke ontwikkeling.
Iris wil laten zien dat er ook een mooie innerlijke wereld bestaat, een zekere geborgenheid. Het gevoel van veiligheid, thuiskomst, aandacht voor elkaar, liefde voor het leven, blijheid wordt door Iris samengevat in een warm en gevarieerd kleurenpalet.
De fantasie van Iris heeft een eigen beeldtaal. Agressie of geweld krijgt hierin geen ruimte. Zelf zegt ze: “Bij mijn werk gaat het om het gevoel dat het werk oproept. Het gaat niet om de buitenkant maar om het innerlijke. Dat geeft het schilderij de juiste dimensie, de kracht die het nodig heeft. Anders blijft het een afbeelding, een plaatje zonder inhoud. Zonder uitstraling, slechts een decoratie aan de muur. Daar raak je snel op uitgekeken”.