Het is een traditioneel, folkloristisch feest dat voortkomt uit het wolwevers-verleden. Begin september werd het te donker om zonder licht te kunnen weven. Feestelijk werden de olielampjes aan het weefgetouw gevuld voor de donkere maanden.
't is dén avond lammelietjesaovond,
ti-te-ra-lom, ti-te-ra-lom.
'k heb va-me moeder een lampion gekréége
en va-me vaoder een keersie d'rin gekreege
ti-te-ra-l
om, ti-te-ra-lom.
'k zeg téége Trientje: "hoe laot zou ut wééze"
op ut slâg van halluf-halluf néége
ti-te-ra-lom, ti-te-ra-lom." Artikel over Lampegietersavond, A.P. de Kleuver, Van Heuvelrug en Eemvallei, Wageningen, 1796, p. 62. Optocht
Dit liedje wordt gezongen tijdens lammelietjesavond, een feest dat op de derde dinsdag van september wordt gevierd. Om licht in de donkere dagen te brengen, lopen kinderen verkleed en met een lampion in een optocht door de straten van Veenendaal. Ze krijgen daarbij van inwoners wat lekkers. Het is wellicht een lokale variant van Sint Maarten of Drie Koningen. Tot de Tweede Wereldoorlog maakten de slagers tijdens dit feest van hun etalages kleine kunstwerkjes. Een weefgetouw uit de huisnijverheid. Seizoensarbeid
Dergelijke olielampjes die zij aan hun weefgetouw hingen, voorzagen de wolwevers van licht tijdens de donkere wintermaanden. De wolwevers waren vaak arbeiders die zomers in het veen werkten. Maar in de turfnering was aan het eind van de zomer nauwelijks nog iets te verdienen. Doordat het seizoensarbeid was, zorgden de veenarbeiders 's winters voor bijverdiensten. En dus kamden, wasten, verfden of spinden zij in dit jaargetijde wol. Oorsprong
De archieven en gedrukte historische bronnen zwijgen over de exacte oorsprong van Lammelietjesavond, maar dit volksfeest is in ieder geval een uiting van vreugde omdat de wevers door de lampen ook tijdens de donkere dagen konden doorwerken.
Één van de theorieën luidt dat het feest is overgewaaid uit Vlaanderen en samenhangt met het feest van Sint Gilles. Door de turfvaart was er veel contact met de Zuidelijke Nederlanden waar in september 'kaarsbegieting' werd gevierd. Het is de viering van het licht en daardoor ook het feest van de arbeid. Van oorsprong werd dit gevierd met veel eten en drinken en slagers stalden grote stukken vlees uit, met kaarsjes versierd. Patroonheilige
Maar er zijn meer ideeën over de oorsprong. Zo zou het kunnen zijn dat Lammelietjesavond is meegekomen met de Westfaalse immigranten die naar Veenendaal kwamen. Op 17 september vierden zij de avond van Sint Lambertus, de patroonheilige van de wevers. En een derde optie is dat na de veenarbeid de 'bazen', de wolkammers, de schapenwol uit de omgeving - onder meer uit Amerongen en Rhenen waar vanwege de tabak veel schapen werden gehoed om de uitwerpselen voor mest te gebruiken - kochten. Volgens de overlevering zaten de wolkammers:
Weverslampje. op maandagavond, in de buurt van 17 september, duimen te draaien tot hun knechten, bedeesd, met de pet in de handen voor de buik, kwamen binnenstappen op sajetgekouste [sajet is een fijn geweven doek] voeten na de witgeschuurde klompen in het 'klompenhokkie' achter gelaten te hebben. De jeneverfles stond klaar met de glaasjes erbij. Dan, bij het weggaan, zei de baas: "jonge(s), dan maor weer van 't auwe". Dat betekende werk aan de winkel voor heel de winter. Zei de baas niets dan was het armoe geblazen [..] Kwam de vader met een blij gezicht thuis, dan was het feest. Dan gingen de kinderen met hun uitgesneden mangelwortel (pompoen) de straat op."