13/08/2026
Plaatje : stilleven met nachtlandschap ©Daniël Haans
Gedicht: Handkus ©Daniël Haans
Aanschouw ik daar liggend mooie sterrenregen,
door t' grote raam naar de hemel.
Met hun g***s die schittert in mijn starende ogen,
alsof ze hen doen glinsteren als met zilverpoets.
Ik mag die mooie handen die strelen,
nimmer voelen en weet niet hoe zwoele wind waait.
Malend volg ik terwijl ze vallen deze scherven van diamant, maar waar de schaduwen om spelen.
Ik kan de lippen op de mijne nimmer voelen, en zal dat gemis niet weren.
Ik wil, ik wil kus na kus ook wel ontstelen,
en armen voelen om mij heen.
Onaangeroerd gebleven,
daar waar aanraking gevoel van liefhebben zo heelt.
Maar ik gedoog al vele tijden,
dat aan sneeuw mijn wang zich koelt.
En dat mijn lippen die lang gesloten zijn,
de warmte wel zouden beroeren.
Die straf van die lange weg,
toen ik mij daarover zelf liet vervoeren.
En in het verlangen eindeloos volhardde,
daar waar mijn gevallen ster zo ver weg lijkt.
Hoe zou in ieder geval dan een handkus zijn.