Woorden die dichtbij komen, herkenning bieden en je de taal geven die je zelf even niet kon vinden. In geschreven gedichten hebben mijn gedichten, poëzie en andere woordkunsten een eigen plek gevonden. Ik schrijf om te vangen wat schuurt, glanst en fluistert: kleine momenten, grote vragen, alles wat aan taal wil raken. Soms is het een fluistering tussen regels, soms een kloppend hart op papier. Ik
geloof dat poëzie niet zweverig hoeft te zijn, maar dichtbij mag komen, met voeten in de klei en ogen open voor het alledaagse. Poëzie is voor iedereen die woorden nodig heeft: om te troosten, te vieren, te onthouden of juist los te laten. In mijn werk zoek ik naar eenvoud met gelaagdheid, helderheid met diepte, eerlijkheid zonder omweg. Ik schrijf om te verbinden—met jezelf, met elkaar, met dat wat even geen naam heeft—zodat er ruimte ontstaat om te ademen in taal.