04/07/2024
DE EIGENZINNIGE JACQUELINE DE JONG IS UIT DE TIJD
Jan Cremer ging onlangs dood. Veertien dagen geleden nog maar. De veelzijdige, kleurrijke kunstenaar uit Enschede die verknocht was aan de regio is niet meer onder ons. Tien dag later overleed Jacqueline de Jong, eveneens een kunstenares van grote naam en ook buitengewoon kleurrijk en gemêleerd.
Ze is geboren en getogen in Hengelo. Haar vader was een van de twee directeuren van de Jovanda Kousenfabriek en hij bezat een grote collectie kunstwerken. Zo kwam ze al op jonge leeftijd in aanraking met kunst. Ze woonde later oa in Amsterdam, in Parijs en Londen, werkte vier jaar bij het Stedelijk Museum en had in 2019 in datzelfde museum een Overzichtstentoonstelling.
We hebben daar toen een middag ten volle van genoten en merkten eens te meer wat voor hoog niveau De Jong als kunstenaar heeft gehad.
Ik vroeg haar - net als Cremer - om een bijdrage te leveren aan de vraag/stelling voor mijn boek Hoe mooi is Twente wel niet. Ik deed dat telefonisch en via de mail. Ze woonde destijds afwisselend in de Bourbonnais en Amsterdam. Ik merkte toen dat mevrouw De Jong geen makkelijke tante is. Ze weigerde aanvankelijk, kapittelde de gemeente Hengelo, omdat die nooit een werk van haar had aangekocht, maakte arrogante opmerkingen over Twente, maar wilde uiteindelijk toch wel aan reactie schrijven toen ze hoorde wie er nog meer aan het boek meewerkten.
Hieronder haar bijdrage nog eens. Hopelijk wil je die nog eens doorlezen. De Jong is 29 juni overleden. Ze woonde de laatste jaren in het Rosa Spier-huis te Laren. Alvleesklierkanker was de doodsoorzaak. Ze is 85 jaar geworden en was meer dan 60 jaar als kunstenaar actief.
Wat jammer dat aan haar overlijden in deze regio nog nergens aandacht is besteed. Wil je meer weten over haar: De TCTub had een jaar over zeven geleden een uitgebreid interview met haar. Of kijk op wikipedia.
Nu de bijdrage uit het boek Hoe mooi is Twente wel niet. Ze wilde er graag een foto bij van de Houtzagerij van Twickel (gemaakt door Ebo Fraterman) omdat ze in een huis aan de weg ernaartoe een aantal jaren een atelier heeft gehad.
DE ZOMER VAN 1962
Gezien vanuit de Bourbonnais is het Twentse landschap, in mijn herinnering, niet zo anders dan hetgeen zich hier om mij heen bevindt.
Wat betekent mooi?
Esthetische kijk of overdrachtelijke blik?
Wat ik mij voornamelijk herinner van mijn verblijf in Delden achter Hotel-Restaurant Carelshaven in 1962, is de stilte, de rust en het schitterende uitzicht vanuit het grote raam van het atelier bij de Houtzaagmolen. Heerlijk was ook het geluid en de geur van de zagerij.
Aan de andere kant van de ruimte was een klein raam met uitzicht op de weide, ernaast een deur die naar het terras openging. Vanuit dat raam en het terras kon ik het boerenleven observeren:
In de vroege ochtend spotte ik een (boeren) jongen die een geit neukte, hetgeen een blijvende indruk op mij maakte.
Ik had tien jaar bij mijn ouders in Hengelo gewoond en was naar de HSV gegaan, had in Enschede op het Gemeentelijk Lyceum gezeten, had natuurlijk veel fietstochten naar en van school gemaakt, was naar boer Reef gefietst om moedermelk voor mijn broertje te halen. Ja maar dit nu in Delden, was het ware Twentse buitenleven, ik had de ware natuur ontdekt, wow.
Ik heb in die zomer mogen genieten van de voor mij nogal vreemde, ongekende Twentse bijzonderheden en de stilte van dat atelier.
Fietstochten en heerlijk eten in Delden met Theo Wolvecamp, collega en vriend, en discussies over de kunst en de kwaliteit van de keuken en de voortgang van mijn in mei begonnen tijdschrift The Situationist Times, dat weliswaar in Parijs door mij gemaakt werd, maar in Hengelo bij drukkerij Pelle was gedrukt.
De schoonheid van de omgeving was evident en had geen enkele invloed op mijn werk, wel de merkwaardigheden in het weiland en de onomstotelijke nabijheid van het vee. Vooral de koeien bleken mij gefascineerd en geïnspireerd te hebben, waarvan de schilderijen, twee jaar later bij Boer Waalkens te Finsterwolde in zijn koeienstal getoond zouden worden.
Ook hier in de Bourbonnais denk ik, met een glimlach aan die zomer, als blijkt dat Madame Forestiers koeien, via het aangrenzende meertje, op ons terrein zijn binnengedrongen en alle net geplante doperwtjes en kapucijners verorberd hebben.
Oh wat was het toen sereen en mooi in Twente, die zomer van 1962… nooit meer erna.