01/05/2026
Ter nagedachtenis aan Frans Dingemanse❤️
MEESTERPRUTSERPEUTERPRIEGELAAR FRANS DINGEMANSE (1944-2026) HEEFT HET HEFT UIT HANDEN MOETEN GEVEN.
Frans Dingemanse pruts, peutert, prikt, pent, penseelt, en priegelt niet langer meer aan zijn wonderbaarlijke scheppingen. Het Zeeuws Wondertje heeft op 28 april op 81-jarige leeftijd zijn heft uit handen gegeven.
En zoals wel meer met wonderbaarlijke mensen: je hoeft ze niet innig te kennen om toch direct een band te hebben. Dat had ik met Frans. En omgekeerd ook. Denk ik tenminste. Vanaf 2004. Hij deed toen voor het eerst mee met een groepstentoonstelling. Met prachtige aquarellen, met mooie, 'bestorven' kleuren. Vanaf 2009 zou hij tot 2014 meedoen met diverse tentoonstellingen.
Daarna besteedde hij vooral tijd en aandacht aan zijn andere meesterwerk, het dikke boek ‘Zeeuwse Wondertjes’. Een absoluut standaardwerk over Zeeuwse mesheften, maar ook een wondertje van vertelkunst, eigen illustraties, spitwerk, snijwerk met aandacht voor het kleinste detail. Die aandacht voor het detail was kenmerkend voor hem. Of hij nu een mesheft sneed of een aquarel opzette; je kon er met een loupe overheen en reizen door de wondere wereld van het kleine.
In 2013 mocht ik van Frans een piepkleine bijdrage aan ‘De Schatkamer' ontvangen. Een houtsnijwerk-3-luikje van nog geen 5x3cm (x3). Een enorm cadeau! Hoeveel uren, hoeveel geduld, en hoeveel meesterschap en creativiteit zit daar niet in? En hoeveel liefde en aandacht?
Dat was Frans ook: liefde en aandacht. Een zeer zachtaardig persoon, altijd met een luisterend oor, zichzelf direct achter in de rij plaatsend. Geduldig dus ook, maar dat moet je ook wel zijn als je zo precies te werk gaat. En onbaatzuchtig. Toen ik na jaren arbeid en verzamelen het 17e eeuwse ‘Atelier van Adriaen van Ostade’ eindelijk af had - waarin alles authentiek 17e eeuws is - kwam Frans met… een 17e-eeuws Zeeuws mes met nog een flink deel van het houten heft. Geweldig! Hij ligt nu in het venster van Adriaens Atelier.
Nu heeft een Zeeuws mes, een Paeremes, soms een ‘kooitje’. Dat is een toppunt van snijmeesterschap. Frans kon dat ook. Dan werden in het heft rondom kleine spijltjes opengesneden en daarachter met oneindig geduld een holte gemaakt. Daarin bleef een houten balletje achter. Dat rammelde zachtjes bij iedere beweging en werd ‘het zieltje’ van het mes genoemd.
Nu Frans zijn heft uit handen moest geven, is die grote ziel uit zijn kooitje opgegaan. En die hoeft echt niet te rammelen aan de Hemelpoort. Die staat allang wagenwijd open.
RM