06/12/2025
Het huis wacht aan de kade alsof het nog steeds hoort dat handel over het water komt. De deur kraakt nauwelijks, maar het voelt alsof ik inbreek in een leven dat niet is afgesloten.
De treden fluisteren.
Oude gezichten delen de muur met — werk dat hier lijkt te zijn aangemeerd, net als alles wat ooit binnenkwam.
Het licht kiest zelf waar het wil landen.
Alsof het even wil blijven hangen bij iets dat ik nog niet begrijp.
Geen bed in zicht, maar toch voelt de kamer niet leeg. Alsof iemand zijn kleding zo weer komt pakken.
Het hout buigt zich als een ruggengraat.
Ik volg hem voorzichtig, alsof hij me kan breken of dragen
Steen dat niet beweegt, maar wel kijkt.
Ik streel het met mijn ogen: lijnen worden zachter als je langer blijft.
Niet steen, maar verf die doet alsof.
Mijn hand jeukt—dit soort bedrog voelt eerlijker dan waarheid.
Ik teken een wasbak die zijn water niet krijgt uit kranen, maar uit het langsstromen zelf.
De pomp zingt zacht, als een ademhaling van het huis.
Ik volg het ritme. Het huis tekent terug.