25/04/2026
DAGGEDICHTEN – Judith Herzberg – Huub Oosterhuis – Jan Kal - Tjitske Jansen
rond: ‘De val van Icarus’ van Pieter Bruegel de Oude
Vier van de vele gedichten die gemaakt zijn rond het schilderij ‘De val van Icarus’ van Pieter Bruegel de Oude (ca. 1565).
Judith Herzberg:
De boer
Het ergste is als alles blijft zoals het is.
Ik wil en kan niet ingrijpen ik wil
naar huis, de koeien melken, eten
en vergeten wat ik zag. Het ergste is
dat dit tumult, als op een schilderij -
dat deze val, van wat?
van nacht nu bijna al
mij in één houding vat
mijn ploeg loopt vast
het blijft mij bij
ik schud het nooit meer af.
Het ergste is als zelfs vergaan
al stilgeschilderd is.
(Uit: Botshol. Van Oorschot)
***
Huub Oosterhuis:
Val van Icarus
Ik heb niets gezien.
Hoorde veraf roepen.
Ken ook niemand die hem kende.
Heb trouwens geleerd me niet
met anderen te bemoeien,
me niet te verbazen, en zonder
opwinding en weemoed
te weten wat ik weet:
onhoorbaar zwenkt een vogel,
onzichtbaar knakt een strohalm,
en niets valt omhoog –
wie ben ik.
Toen vanmorgen, laat,
de zon opdoemde,
en wij, plotseling zwetend,
onze hoeden afzetten
en onze zonnebrillen op,
zo vonkte de zee,
hoorde ik wel iets,
ik zei nog: hoor je niets –
maar iemand uit de lucht
zien vallen? Nee.
(Uit: Weg en omweg, Lannoo/De Prom)
***
Jan Kal:
De val van Icarus
dit landschap wordt ontvouwd voor onze ogen:
een schip vaart weg, geen man is overboord,
de plons van Icarus wordt niet gehoord,
en Daedalus is uit de lijst gevlogen.
de boer is op z'n zondags en ploegt voort,
de visser zit naar voren toe gebogen,
de herder heeft z'n schaapjes op het droge,
zijn hond zit vast aan een tweedubbel koord.
merkwaardig, dat de ondergaande zon
de was tussen de veren smelten kon,
dat de patrijs niet klapwiekt met zijn vleugels.
er ligt een lijk onder het struikgewas,
vier eeuwen na zijn dood zag men het pas.
de film Blow Up is niet van Pieter Bruegel.
(Uit: Fietsen op de Mont Ventoux. Loeb)
***
Tjitske Jansen:
Ik hou van Icarus
Ik hou van Icarus die wist dat de was zou smelten en toch naar de zon toe vloog.
ik hou van het meisje dat wel zag hoe blauw de baard van Blauwbaard was- dat
was juist de reden. Ik hou van Doornroosje die alleen maar deed alsof ze sliep.
Ik hou van Sneeuwwitje, die de dwergen een stelletje neuroten vond.
‘Wie heeft er op mijn stoeltje gezeten? Wie heeft er van mijn bordje gegeten?'
En van de dwerg, die helemaal niet zoveel van Sneeuwwitje hield;
'Toen zij er nog niet was, waren wij nog met zeven. En nu? Moet je ons nu eens zien.'
Van de reus die kwaad is, omdat iedereen zijn schoenen laarzen noemt.
Ik hou van wie niet in het sprookje past. Maar vooral
hou ik van Icarus die wist dat de was zou smelten en toch naar de zon toe vloog.
(Uit: Het moest maar eens gaan sneeuwen. Podium)