19/10/2018
De Stad Amersfoort verhaalt over gezelschappen die voor de betrokkenen een rusthaven zijn in een hectische wereld. Dat kan een gilde zijn of een genootschap. Sommige gezelschappen zijn al eeuwenlang actief. In de vijfde aflevering ging Stadse fratse: Cigaar Pijp Genootschap De Drie Ringen (CPG-DDR). Serie: Stadse Fratse.
Een groepje gelijkgestemden dat rustig, met een sigaar en een pousse-café, een goed gesprek voert of een copieuze maaltijd verteert. Bij veel liefhebbers gaat deze voorstelling erin als de oesters à la vénitienne van Casanova of als de madeleines van Proust. Overal in het land zijn genootschappen te vinden die pure passie hebben voor de sigaar of pijp. De beleving in een groep is immers intenser dan de solist die onder een treurig golfplaten afdakje of in een rommelige schuur zijn of haar rookmoment heeft. Sigarenrokers recenseren graag over nieuwe long- of shortfillers en alle bijzondere melanges. Soms leveren ook accessoires waaraan de buitenwereld de ware liefhebber herkent, gespreksstof op. Of het beperkt zich tot enkelvoudige mannenpraat: ou******en dus over sport, seks én sigaren.
Het mikpunt van een sigarengenootschap ligt beklonken in het werkwoord savoureren. Een echte liefhebber heeft immers geen haast. Het zijn dus liefhebbers die elkaar opzoeken om gezamenlijk elkaars ultieme relax- en genietmoment te beleven. Daarnaast is de sigaar een prima uitgangspunt om informeel te netwerken. Maar soms is het gewoon een uitstekend excuus om even weg van huis te zijn om met anderen lekker te genieten van de mooie dingen des levens. Utile Dulci.
„Het doel van ons Cigaar en Pijp Genootschap - CPG-DDR - is om de deskundigheid van de leden op het gebied van sigaren alsmede de contacten tussen leden onderling te bevorderen", verklaart Albert van Ool. Hij stond ooit aan de wieg van het CPG-DDR dat vijftien jaar geleden op een zitbankje voor Stadsbrouwerij De Drie Ringen is ontstaan, geen ballotage kent en laagdrempelig wil zijn voor leden die behoefte hebben aan iets informeels.
Inmiddels telt het genootschap zo'n vijftien mannelijke en vrouwelijke leden die nooit uitgepraat zijn over smaak en beleving van een sigaar of het stoppen en roken van een pijpje. De leden van het genootschap hebben voorts diverse achtergronden: van een detaillist van boeken via een makelaar in bedrijfshuisvesting en docent tot en met een gepensioneerde vliegenier. Genoeg ingrediënten dus die deze maandelijkse bijeenkomsten juist zo succesvol maken. Bij dit genootschap werkt het volgens Van Ool simpel: geen officiële statuten, geen contributie en geen website. Bovendien ontbreekt het ook aan een vast onderkomen in de wintermaanden. Vanwege het steeds strenger wordende rookbeleid is de keuze uit horecagelegenheden buitengewoon schaars. „In de zomer komen we na het werk samen op het sfeervolle terras van Viva Maria op de Hof. Maar in de winter hebben we, zoals we dat zelf duiden, een zwervend bestaan. Dan breekt de tijd aan van wat wij noemen buitenpijping want het staat dan nagenoeg nooit vast waar we eens per maand dan neer kunnen strijken. Dat kan bij iemand thuis zijn of anderszins. En als we een rookruimte hebben gevonden, dan komt het voor dat we een gastspreker uitnodigen uit het sigarencircuit. Laatste hebben we, onder gezag van een kenner, long- en shortfillers gerold. Erg leerzaam."
Maar het komt ook voor dat het CPG-DDR geprikkeld door de fijne aroma's vorm en inhoud geven aan het ontplooien van activiteiten, zoals uitstapjes, proeverijen en dergelijke. De sigaar als genotmiddel is dan richtinggevend voor de keuze van een onderhoudende uitpijping. „We hebben al heel wat fabrieksbezoeken georganiseerd", aldus Van Ool. „Zo hebben we onder het genot van een sigaar de productie bekeken van Oud Kampen, Olifant en Van der Donk. Maar het kan ook een copieuze maaltijd zijn om vervolgens met een rokertje na te tafelen. Onze uitjes worden druk bezocht. En dit alles maakt het meer dan waard om tijd te steken in dit genootschap."
AROMATISCHE AMMUNITIE Zet een groep levensgenieters bij elkaar en het wordt altijd gezellig. Dat bleek wel weer op deze maandelijkse bijeenkomst. Rondom een grote tafel zitten meer dan tien leden met de aromatische ammunitie in de aanslag. Bij nader inzien heeft de plaatselijke tabaksspecialist Paul de Wilde weer een kundige greep gedaan in zijn zijn humidor. Zo steekt Richard Spruijt met het nodige geduld een Nicaraguaanse sigaar op. Jan-Willem van Lieshout heeft zelfs twee rokertjes in portefeuille. „Ik heb voor vanavond een Hajenius. Elk jaar brengt deze fabrikant een zogenoemd jaarsigaar uit. Dit exemplaar is uit 2016. Ik besluit de avond met een Partagas." Terwijl hij zijn sigaar met enig ongeduld aansteekt, vertelt hij dat er etiquette zijn in het sigaarroken. „Weest gerust want de meeste van ons zijn natuurtalenten", merkt hij fijntjes op waarna hij aan zijn jenevertje nipt. Naast hem glundert Hans de Sain van zijn Van der Donk: Een Culemborgse longfiller die volgens hem tot de beste sigaren gerekend kunnen worden.
Hij bekent dat hij slechts een sigaar per dag rookt. „Dat gebeurt vaak na negen uur 's avonds. Maar dan niet in een dergelijke ambiance. Ik rook dan overdekt. Buiten." Terwijl de mist in de ruimte code oranje heeft bereikt en de glazen weer rijkelijk gevuld worden, wordt een oud sigarendoosje dat midden op tafel staat, van tijd tot tijd gevuld met geld. „Dit is de Doos van Nellie waarmee wij per persoon offeren wat we die avond denken te verteren. In goed vertrouwen wordt daarmee aan het eind van de avond afgerekend", duidt Van Ool terwijl hij zijn sigaar laat doven in de a***k. Een algemene regel van de roker is dat de sigaar vanzelf uitgaat in de a***k zodat nare geuren voorkomen kunnen worden. „Aan het einde van de avond zijn niet alleen de sigaren maar is ook de inhoud van de Doos van Nellie in rook opgegaan. Het was een genoegen.
Bron: de Stad Amersfoort, maart 2017