21/01/2026
Ik veegde al dagen door het bos.
Met mijn bezem schoof ik blad na blad opzij, onder varens, langs wortels en stenen.
Mijn armen waren moe, maar ik kon niet stoppen.
Ik moest mijn vriendjes vinden.
Toen, tussen een hoopje natte blaadjes, zag ik ineens iets roods tevoorschijn komen.
Geen herfstblad… nee, dit bewoog.
“Nymia?” fluisterde ik.
Ze keek op, haar ogen groot en zacht.
“Jaaaa!” riep ik blij. “Eindelijk ben ik niet meer alleen.”
Nymia stond op en klopte de blaadjes van haar jurk.
“Waar zijn alle andere vriendjes?” vroeg ze.
Ik schudde mijn hoofd.
“Dat weet ik niet,” zei ik eerlijk. “Ik zoek al zo lang.”
Ze pakte mijn hand. Die voelde warm, alsof het bos zelf me vasthield.
“Dan zoeken we samen,” zei ze.