05/05/2026
traumakompas
REPOSTEN MAG
EEN HAND OP MIJN HOOFD
Na de voorstelling van 10 april spraken we over eigenwaarde en het gevoel dat je er mag zijn. Voor mij was dat lange tijd heel moeilijk. Als kind voelde ik me niet gezien of gehoord en werden mijn grenzen vaak overschreden. Ik leerde overleven door mezelf onzichtbaar te maken — bijna niet te bestaan. Dat hielp toen, maar als volwassene bracht het problemen.
In therapie ontdekte ik hoeveel boosheid en afwijzing ik naar mezelf voelde, vooral naar mijn jongere zelf: dat “aparte” kind dat nergens bij hoorde. Op zoek naar mildheid dacht ik terug aan mijn leraar Nederlands. Soms legde hij, als hij langs liep, even zijn hand op mijn hoofd. Ik begreep dat toen niet en wantrouwde het zelfs.
Later vroeg ik me af wat hij had gezien. Misschien zag hij een meisje dat vastzat, maar wel waardevol was.
Die gedachte veranderde iets. Ik begon anders naar mezelf te kijken. Ook als kind mocht ik er al zijn. Dat anderen dat niet lieten merken, lag niet aan mij. Ik had pech gehad, maar dat zei niets over mijn waarde.
Langzaam leerde ik milder te worden voor mezelf. En toen ik mezelf meer accepteerde, kon ik ook meer liefde voelen voor de mensen om mij heen. Ik realiseerde mij: als ik deze stap niet had gezet, had ik niet alleen mezelf, maar ook anderen tekortgedaan.
Het begon met iets kleins — een hand op mijn hoofd. Die leraar heeft waarschijnlijk nooit geweten wat dat gebaar voor mij heeft betekend.
En juist dat laat zien: een klein gebaar kan voor een kind in de knel een wereld van verschil maken.
Dit en andere dingen laat ik zien in de theatervoorstelling over het opgroeien met vroegkinderlijk trauma en het herstellen daarvan. Op 31 maart en 10 april speelde ik voor een volle zaal en kreeg veel waardering. Een veel gehoorde reactie: ‘Ik raakte aan de praat met mijn naaste’. Daar doe ik het voor!
Ook nieuwsgiering? Kaarten zijn te boeken via de website van Gigant > Stadspodium