10/04/2025
🎤 Een verhaal dat gehoord mag worden
Tijdens het evenement '60 jaar Molukse wijk in Breukelen' was er helaas niet genoeg tijd om alle sprekers volledig aan het woord te laten.
Gelukkig hebben we de speech van Raymond Bernardus alsnog ontvangen – en die delen we graag met jullie. Een krachtig verhaal.
Neem even de tijd om het terug te lezen. Je vindt het hieronder 👇
Raymond Bernardus: Zaterdag 29 maart mocht ik ter ere van 60 jaar Molukkers in Breukelen de aanwezigen toespreken. Ik had me hierop voorbereid maar kon helaas niet printen wat ik wilde voordragen. Hieronder volgt een aangepaste versie van de voordracht op basis van de voorbereiding en wat ik daadwerkelijk heb voorgedragen.
'60 Jaar Molukkers Breukelen in een kort historisch context
Welkom aan de ouderen, T Tina Suitela, T Emma Latulette, Oom Agus Hahury, T Lien Suitela, Opa Bernardus, de Burgermeester en organisatoren met vrijwilligers.
Met regelmaat wordt het belang van kennis van geschiedenis en haar context genoemd om beter te begrijpen hoe het hier en nu is en een prognose te maken voor de toekomst. Vandaag herdenken en vieren we samen met de Breukelense gemeenschap persoonlijk herdenk 60 jaar Molukkers in Breukelen. We herdenken de geschiedenis van onze ouders en voorouders die vooraf is gegaan aan de komst en een permanent verblijf in Europa en Breukelen in het bijzonder.
De rol van de Nederlands staat in de geschiedenis van de Molukkers in Breukelen wil ik in deze korte inleiding met u delen om de waarde van de herdenking en viering in een breder context te plaatsen. Onze gedeelde geschiedenis begint bij de kolonisatie van Ambon in 1605. De Portugese kolonisator droeg zonder slag of stoot Ambon over aan de nieuwe Nederlandse overheersers, en daarmee werd Ambon het eerste eiland van Nederlands-Indië onder Nederlandse beheer en het financieel centrum van Nederlands-Indië, voordat Batavia als hoofdstad werd aangewezen door het gouvernement. Pas in 1656 werd de rest van de Molukken militair onderworpen door de VOC.
In die tijd waren specerijen het groene goud van de wereld. De VOC wilde het monopolie op met name kruidnagel en nootmuskaat op de wereldmarkt krijgen. Deze monopoliepolitiek verliep niet vreedzaam. Bepaalde gebieden werden aangewezen als oogstgebieden wat betekende dat de helft van de kruidnagelbomen werden gekapt en een groot deel van de Molukse bevolking een aanzienlijk deel van hun inkomsten moesten inleveren. De Molukse tuinder kreeg in de 18e eeuw 25 cent per pond betaalt, waarna de verkoop van de VOC aan de Republiek 5,21 per pond was. Een brutowinst van 1.700%.
Voor deze monopoliepositie was de VOC bereid om geweld te gebruiken tot aan genocide en cleansing toe. De beruchte Hongitochten waren exercities om met geweld de wil van de VOC af te dwingen in Maluku. Een ander pijnlijk en schandalig voorbeeld uit de VOC tijd is de genocide en cleansing op de Banda-eilanden, waarbij een hele bevolking vermoord en verdreven werd omdat ze tegen de wil van de VOC een betere prijs wilde voor haar nootmuskaat. Uiteraard waren ook gewapende conflicten tussen het Nederlands Gouvernement en lokale de Molukse gemeenschappen.
Tot op de dag van vandaag worden Molukse helden als Martha Christina en Tomas Matulessy in hun strijd tegen de Nederlands overheersing geprezen. Net zoals dat men de namen niet vergeet van de Nederlandse overheerser en hun helden als Jan Pieterszoon Coen die verantwoordelijk was voor de Banda genocide.
Voor de VOC en het Nederlands Gouvernement was een militaire overwicht alleen maar mogelijk door inheemse soldaten te werven en op te leiden om over het hele Nederlands Indische Archipel hun macht te laten gelden. Door de jaren en ruim 3 eeuwen heen waren ook de Molukse militairen dienstbaar in het KNIL, het Koninklijk Nederlands Indisch Leger. Ze maakten naam door hun moed in gevoerde oorlogen zoals de 2 Atjeh oorlogen en onvoorwaardelijke loyaliteit aan het Koningshuis. Deze loyaliteit heeft tot na de WOII stand gehouden. Ter illustratie, tijdens de WOII was er georganiseerd verzet op de Molukken tegen de J*p en zijn er tientallen Molukker hiervoor onthoofd. Slechts weinigen weten dit.
De loyaliteit van de Molukse KNIL militair en marineman kreeg na WOII zijn uiting bij de inzet van deze mannen bij de Eerste en Tweede Politionele acties van Nederland om Nederlands-Indië weer onder controle te krijgen. Ze werden ingezet om Nederlanders te beschermen in de J*panse gevangenkampen tegen de Indonesische vrijheidsbeweging. De uitkomst hiervan kennen we.
Eén daarvan is de komst van de Molukkers naar Nederland in 1951 waar in 12 schepen ruim 13.000 Molukkers, waarvan 4.000 soldaten en ruim 100 marinemannen, verscheept werden naar Nederland. Deze soldaten werden bevolen, dus niet vrijwillig, naar Nederland gedeporteerd, in oude kazernes en concentratiekampen gehuisvest met de belofte van een voorlopige verblijf. Thans wonen er meer dan 65.000-75.000 nazaten van deze groep in Nederland.
Wat is de rol van de Nederlands staat geweest en nog in deze gedeelde geschiedenis vanuit Moluks perspectief? Voor Molukkers wordt de houding van de staat alleen maar contraproductief, schandalig en bijzonder pijnlijk ervaren. Het begint met het niet willen erkennen van het recht op zelfbeschikking van het Moluks volk bij de proclamatie van haar eigen staat, de RMS, nu 75 jaar geleden, het laten passeren van de executie van de laatste president van de RMS Mr. Dr. Chris Soumolkil, massaontslag van 4.000 trotse loyale soldaten bij aankomst in Nederland in 1951, het niet nakomen van KNIL pensioenen en rechten, een arbeidsverbod tot eind jaren 50, het ophokken in woonoorden tot aan de jaren 70, het niet wettelijk borgen van akkoorden tussen de Nederlandse Staat en Molukse leiders in de jaren 80, waarbij onder andere de in- en uitbreiding van Molukse wijken is ondertekend en in de roerige jaren 70, en bij de 2e generatie in het collectief geheugen gegrift, de gewelddadige beëindiging van de trein bij de Punt in 1977, met 6 doden aan Molukse zijde en 2 Nederlandse burgers.
Deze houding van haar kop in het zand steken en wegkijken van de Nederlandse staat is tot nu toe niet veranderd en heeft het wantrouwen naar Nederland als staat aangewakkerd en gevoed tot op de dag van vandaag.
Dit wantrouwen naar de Nederlandse staat bestaat onder een groot aantal Molukkers nog immer omdat er vele losse eindjes zijn die onze Nederlandse staat zou moeten afronden.
Dit maakt deze herdenking zo’n bijzondere dag om te blijven herinneren hoe onze ouders, opa’s en oma’s tegen de stroom in hun veerkracht hebben laten gelden om voor hun nazaten de paden te openen.
Een excuus van de Nederlandse Staat voor de koloniale geschiedenis en hun houding en rol in de post-koloniale tijd ter ere van alle Molukkers, die op de 12 schepen hier naar toe zijn gebracht en dan niet alleen de militairen maar juist de moeders en kinderen, zou een punt kunnen zetten achter de historie de we delen en markering van een nieuwe era als Molukkers in Nederland en Europa. Een nationaal monument zou hierin een mooi gebaar zijn. Niet omdat we ons heden ten dage als slachtoffer zien maar om gerechtigheid en ter ere van allen op de 12 schepen. Als Molukse gemeenschap wachten we hier nog steeds op.
Tegelijkertijd vieren we samen met alle Breukelenaren dat we na 60 jaar hier kunnen zijn en met trots zeggen dat we Breukelenaar zijn en Molukker, zonder enige reserve. We voelen ons volledig thuis in een plek die niet de onze had moeten zijn. De regeling van de grafrechten door onze gemeente, Stichtse Vecht, voor de KNIL soldaten is een mooi voorbeeld hoe je op lokaal niveau elkaar kan waarderen en vinden. De toekomst kijken we dan ook met de Breukelse gezelligheid, Breukelense humor en vertrouwen tegemoet.
Noem het integratie, ik noem het samen-zorgen en samen-leven in het mooiste dorp aan de Vecht'