05/05/2026
Tot na de dood
Hoofdstuk I – De begeerte
Maya stond voor de spiegel in haar kamer, haar ogen glanzend van frustratie. Het was laat in de avond, de stad lag stil, maar in haar hoofd stormde het. Ze streek haar vingers langs haar hals, langzaam, alsof ze de aanraking van iemand anders wilde oproepen. Ezra. Zijn naam brandde in haar gedachten als een verboden gebed.
Ze herinnerde zich hoe hij bij tante Marianna binnenkwam, zijn houding recht, zijn glimlach warm maar niet voor haar. Zijn stem, laag en beheerst, had haar hart sneller doen kloppen. Toch bleef hij koel, alsof zij lucht was. Voor Maya was dat ondraaglijk. Hoe meer hij haar negeerde, hoe sterker haar obsessie werd.
Ze liet zich op haar bed vallen, de satijnen lakens glijdend langs haar huid. Ze sloot haar ogen en stelde zich voor dat Ezra naast haar lag. Zijn adem warm tegen haar nek, zijn hand stevig op haar heup. Ze voelde de leegte van de kamer, maar in haar gedachten was hij daar, zijn lippen zacht op haar mond, zijn vingers die haar huid verkenden. Het was een droom die haar hart sneller deed kloppen, maar ook een nachtmerrie: want het was niet echt.
Maya’s leven was altijd een toneelstuk geweest. Ze was de ster, verwend door haar ouders, gewend dat alles draaide om haar. Haar vriendinnen hadden relaties, haar nichten waren verloofd, maar zij bleef alleen. Niet omdat ze geen mannen kon krijgen...integendeel, ze kon ze krijgen wanneer ze wilde. Maar ze wilde Ezra. Alleen Ezra.
Ze dacht terug aan de avonden bij de buren, waar Ezra soms verscheen. Ze had zich opgedoft, haar mooiste jurken gedragen, haar sieraden laten schitteren onder het licht. Maar hij keek haar niet aan. Zijn ogen waren altijd ergens anders, zijn aandacht nooit bij haar. Het maakte haar gek.
Ze stond op, liep naar het raam en keek naar buiten. De nacht was stil, maar in haar hoofd klonk een fluistering: Hij moet van jou zijn. Ze voelde haar hart bonzen, haar adem versnellen. Ze wilde hem niet zomaar. Ze wilde hem bezitten. Zijn lichaam, zijn ziel, zijn hele wezen.
In de dagen die volgden, werd haar obsessie sterker. Ze fantaseerde over hem tijdens het ontbijt, tijdens het winkelen, zelfs tijdens gesprekken met haar ouders. Ze zag zijn glimlach in de spiegel, hoorde zijn stem in haar dromen. Het was alsof hij overal was, behalve bij haar.
Op een avond, terwijl ze in bad lag, liet ze haar gedachten de vrije loop. Het warme water omhulde haar lichaam, de geur van lavendel vulde de kamer. Ze sloot haar ogen en stelde zich voor dat Ezra naast het bad stond, zijn blik intens, zijn handen reikend naar haar. Ze voelde de spanning in haar lichaam, een mix van verlangen en frustratie. Ze wilde hem zo graag dat het pijn deed.
Ze dacht aan zijn gespierde lichaam, gevormd door uren in de gym. Aan zijn handen, groot en sterk, die haar konden vasthouden. Aan zijn ogen, donker en diep, die haar konden verslinden. Ze voelde haar hart sneller kloppen, haar adem korter worden. Het was alsof haar fantasie haar lichaam in vuur zette.
Maar telkens wanneer ze hem in werkelijkheid zag, bleef hij koel. Hij glimlachte beleefd, sprak vriendelijk, maar nooit intiem. Hij keek haar niet aan zoals zij hem aankeek. Voor Maya was dat een vernedering. Ze was gewend dat mannen voor haar vielen, dat ze haar aanbaden. Maar Ezra was immuun.
Die nacht lag ze wakker, de lakens verstrengeld om haar lichaam. Ze draaide zich heen en weer, haar gedachten gevuld met Ezra. Ze stelde zich voor dat hij naast haar lag, zijn adem warm tegen haar huid, zijn handen die haar streelden. Ze voelde de leegte van de kamer, maar in haar gedachten was hij daar, zijn lippen zacht op haar mond, zijn lichaam tegen het hare. Het was een droom die haar hart sneller deed kloppen, maar ook een nachtmerrie: want het was niet echt.
Maya wist dat ze iets moest doen. Ze kon niet langer wachten, niet langer hopen. Ze moest hem hebben, ongeacht wat het haar zou kosten. Haar verlangen was geen simpele verliefdheid meer. Het was een obsessie, een honger die haar van binnenuit verteerde.
Ze keek naar zichzelf in de spiegel, haar ogen donker van verlangen. “Hij zal van mij zijn,” fluisterde ze. “Tot na de dood.”